In slaap vallen met melancholie van Tomson Darko
Elke woensdag praat Tomson Darko jou in slaap. Met obscure verhaaltjes, melancholische gedachten en diepzinnige observaties. Voor mensen die graag hun brein afleiden tijdens het in slaap vallen. Voor exclusieve afleveringen ga naar www.petjeaf.com/tomsondarko.
In slaap vallen met melancholie van Tomson Darko
dag 45 - bidden voor darko
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Over zakjes inpakken, jou verrassen, toen ik ontslagen werd, noviomagus, wolvengebied, treinvertragingen, andere treinreizigers, wat te doen als iemand geld vraagt,
1) Ontvang elke woensdagavond een mail van me over gevoelens waar niemand over praat.
2) Mijn shop vol boeken boeken, posters en tasjes
3) Steun me via petjeaf.com/tomsondarko en luister exclusieve afleveringen.
Hé, Toms Darker. Wat ik doe is op rustige toon praten. Soms over mijn leven, soms over melancholie, soms over somberheid, soms over hitsigheid, soms over leuke dingen. En dan kan jij lekker in slaap vallen. Terwijl hoofd afgeleid is. En dit doe ik op dit moment elke dag op het weekend na. Dat komt omdat ik geveld werd door hoofdholte, ontsteking, loomheid. Maar en jou elke dag totdat het boek er is. Voor je gaat slapen. Ik heb geen script vandaag. Ik ga gewoon praten en dan zien we wel waar het schrip strandt. Dus laten we het hebben over mij. Ik ben begonnen met zakjes inpakken. Ja, zakjes. Dat is het zakje wat ik dan in de envelop schrijf als je het boek Ik hoop dat je gedachten lief voor je blijven hebt, gepreorderd bij mij. En het is echt voor het eerst. Volgens mij het achtste boek wat ik uitgeef, het is voor het eerst dat ik een week voordat de boeken binnen zijn dat ik alles heb. Normaal zijn altijd dingen vertraagd of denk ik nee, er moet nog een poster bij, nog drie stickers. Met z'n gevolg dat ik natuurlijk heel erg in de stress zit.
SPEAKER_01Maar nu niet. Oké, wat zit erin? A vijf kaart. Die ik graag al bij sombere hitsigheid onbegrepen erbij had gedaan. Sorry, ontgoogend.
SPEAKER_03Kan het beste gebeuren dat hij zijn boektitels door elkaar haalt. Er staat op. Wat heb jij je tweede, als die nooit vaad was afruimd. Nou, die kan je dus mooi in de badkamer hangen. Sorry, in de keuken. En heel veel zes kaartjes, aanzichtkaarten. Die kan je dan opsturen naar mensen om zijn hart onder de riem te steken, of om ze een fijne dood toe te wensen op hun verjaardag ongeveer. En stickers, twee stickers. En de Tomson Darco afgelikt en wel, dat hoor je goed, boekenlegger. Ik weet niet. Vroeger kocht ik nog heel veel CD's, terwijl iedereen al MP3 spelers had en ik ook wel, maar hij kocht ook nog steeds CD's. En het was dan zo vet dat je dan een CD kocht, vaak in een niet een plastic hoesje, maar zo'n kartonnenhoesje. En dan hadden ze in dat kartonnenhoesje, dan kon je het een beetje zo dat hoesje indrukken met je handpalm. Dan ging hij bol staan en er zat dan een boekje in. En die kon je er dan uithalen. Artwork en de lyrics en zo, toch? Kan je dat nog herinneren? Haad je trouwens ook wel met de plastic hoesjes. Maar wat ze er ook wel eens instopte, was van die maxi-posters. Dus een poster van de band of de cover van het album, dat je dan kon ophangen. Zo vet. Vooral omdat het dan jarenlang aan je muur hangt dat je het elke keer ziet en warme gevoelens hebt. Ja, sinds ik zelf mijn boeken uitgeef en ik de enige persoon ben die mijn eigen boeken inpakt. Geen bol.com, die pakken meer dan de helft af. Geen boekhandels, die pakken ook de helft af, terwijl ik mijn eigen publiek heb gevonden. En ik mezelf in levend probeer te houden. Dus ik heb het ervoor over om een paar uur per week bestellingen in te pakken. En af en toe een soort manager, projectleiderrol te spelen en boeken te bestellen en dat soort dingen, ik heb het er allemaal voor over. Ja, je moet wel doen als je je van je schrijven wil lezen leven. Sorry, ik ben moe. Maar daar kom ik zo op terug. Dus als ik fouten maak met de woorden, uitspreken en zo, dat komt door de moeheid. Ik merk ook mijn motoriek is al slecht. Maar vandaag nog slechter. Dus als ik zou willen lachen, zou ik nu een kastje in elkaar moeten zetten. Ik stoot overal tegenaan. Ik was ook aan het fietsen naar de supermarkt en normaal zoef ik zo door het verkeer heen. Want ik heb altijd haast: want waarom zou je het langzaamaan doen? Ik heb niet haast om iets te halen, maar gewoon tempo. Ik wandel met tempo. Ik fiets met tempo. Maar vanochtend was niet in tune met het verkeer. Overal vergissingen en zagreinige gezichten kreeg ik en zo. En terecht, want ja, ik heb wel een paar keer sorry gezegd. Ik zit er gewoon niet lekker in vandaag, door die moeite. Kom ik zo op terug? Klif Hanger. Omdat ik dus mijn boeken inpak, kan ik dus ook allemaal leuke dingen erin doen in die envelop. Zoals bedankkaartjes heb ik heel fanatiek gedaan. Nou doe ik het soms. Omdat ik dan te veel bestellingen heb. Het kost te veel tijd. Maar een paar jaar geleden, toen er nog niet zo'n storm liep, waar mensen nog wel mijn boeken bestelden, heel fanatiek. Kaartjes schrijven. En stickers doe ik er altijd in. Ik heb het ook nog zo uitgetuned. Als je één.
SPEAKER_01Admin ademarsen. Mensen proberen in slaap te vallen.
SPEAKER_03Als je dan bijvoorbeeld sombere hitserheid onbegrepen bestelt, dan krijg je een ander A5 kaartje erbij dan als je. Ik hoop dat je gedachten die voor je zijn bestelt. Sterker nog, ik heb zelfs aparte stickers. Heel specialistisch. Sommige mensen die snappen dan ook dat je dit eigenlijk kan verzamelen. Ze kopen alle boeken en je hebt ook allemaal verschillende quotes en stickers en boekenlegers. Ik wil mensen gewoon graag verrassen. En ik moet zeggen, ditmaal. Ik pak altijd wel uit, letterlijk, eigenlijk in. Ik pak altijd in. Ditmaal heb ik het volgens mij heb ik het al verteld, maar ik heb het budget wat verhoogd. Want die aanzichtkaarten, er zijn nu zes aanzichtkaarten, A zes, maar die zijn al met een wikkel eromheen samengevouwen bij elkaar. Nou, dat was een flink stuk duurder. Maar ik heb het ervoor over. Ik vind het gewoon vet om het aan jou te geven. Maar ook dat je er iets aan hebt. Dus je kan het zelf ophangen, bijvoorbeeld. Want een van die kaarten staat dan: ik hoop dat je gedachten lief voor je blijven. Maar je kan het ook gewoon opsturen naar iemand. Ja, gewoon. Daarom zeg ik ook de hele tijd gewoon. En ik had dus nog heel veel A5-kaarten over. Die bij sommige hitsheid ontgoogeld erbij moesten, maar die kwam vorige keer te laat binnen hinaas. Maar dit keer niet. Want nu is alles op tijd. Ik moet alleen nog wachten op de katoene tasjes trouwens. Maar dat is het punt niet. Die krijg je bij een special edition. Ik ben begonnen met inpakken. En het ding met inpakken is dat het repeterend werk is. Niks mis mee. Maar ik heb best van een ja, ik weet niet. Mijn gedachtes gaan graag alle kanten op als ik niet zoveel afleiding heb. En ze gaan er juist de kanten op die niet zo leuk zijn. Ze gaan er aan gevoelens vastplakken die je eigenlijk niet wil voelen, aan herinneringen vastplakken waar je helemaal geen zin in hebt. En dit is niet nieuw. Dit had ik vroeger al bij de eerste baantjes die ik had als student had was orders pikken in magazijnen. Op een gegeven moment hadden zij ook de pik op mij. Want bij orders pikken, dan loop je dus met een car en je krijgt een bon en je pak zo'n grote car, en dan loop je zichtzachend door allemaal stellingkasten heen. En dan de bon is dan op stelling vol geworden. En daar staat dan weet ik veel A3 laden, weet ik veel. Niet laden, maar plank vijf. En dan een nummer en dan het product. Ik heb bijvoorbeeld supermarkten, dus moest je pakmelk. Nee, toetjes of zo erop doen. Dat soort dingen. Wat heb ik een paar keer nog meer gedaan?
SPEAKER_01Supermarkten heb ik ervoor gedaan. Zo magazijn. Orderspikken. Sorbo, dat is huishouden artikelen. Orderspikken. Groenteafdeling ook, dat was bij dezelfde superwarm dan een andere afdeling.
SPEAKER_03Ja, niet supermarkt, maar laat maar zeggen, een logistiekcentrum. Kleren, heb ik ook wel eens gedaan. Jeansbroeken en zo. Die kwamen er allemaal binnen. De knopen zaten er niet op. Enorm grote wasmachines. En die moest ik met die karren naar die wasmachines brengen. En daar werden ze dan gewassen. Het was mij zonder water.
SPEAKER_01Weird. Een heel raar bedrijf was dat. Ja, meer. Oh ja, de groothandel, horeca.
unknownOok.
SPEAKER_03En die moest ik trouwens bijvullen. Dat was niet orde's pikken, maar de orders bijvullen. En jou. Wat is het punt als je met zo'n car daar rondloopt?
SPEAKER_01Met een bonnetje. Het is heel repeterend werk.
SPEAKER_03En dan gaan dus die gedachten alle kanten op, met als gevolg dat ik fouten maakte. Want op een gegeven moment lever je de car in op het eind en dan staat er iemand en die gaat dan alles controleren wat er op de lijst staat. Dan doet hij dan steekproef gewijs, maar bij mij kwamen er altijd fouten uit. Ja, dan gaat hij alles controleren en dan blijken er dus heel veel te missen.
SPEAKER_01Ik ben een paar keer ontslagen in mijn leven door dit soort fouten.
SPEAKER_03Sowieso duurde de dag ontzettend lang als je gedachten alle kanten opschieten. En je raakte gewoon echt uitgeput van. Je denkt jezelf helemaal moe. Er is geen ontsnapping aan. En het was nog niet de tijd dat je met oordopjes en zo rond kon open. Want ja, je had dan een discman of zo, snap je?
SPEAKER_01Het is heel onhandig om in je zak te stoppen. Die dagen duurden echt lang.
SPEAKER_03Maar ik heb het dus ook gemerkt de afgelopen jaren, als ik dus die zakjes inpak, het gebeurt dus ook in mijn kamertje. En ik ben er nu pas achter gekomen. Wat ik raak kan doen. Kijk, er zijn een aantal dingen wat je kan doen met stomme gedachten. Dat is afleiding zoeken, podcast luisteren. Bijvoorbeeld. Dat doe ik als ik wandel. Wel, ik wandel soms zonder podcast of muziek ook lekker. En ik vind ook helemaal niet erg dat gedachten uitwaaien. Maar als je urenlang iets doet, op een gegeven moment word je gewoon moe van die gedachten. Podcast helpen er heel goed bij. Alleen bij het inpakken werkt het dus niet een podcast. Ik weet niet waarom, dan ga ik nog meer fouten maken. I don't know. Als ik wandel, perfect. Als ik aan het schoonmaken ben of aan het tuinieren ben, prima praat tegen me in mijn oortjes dan. Maar bij dit inpakken, I don't know, het werkt niet. Ik heb dan wel een muziekje op, dat werkt prima. Maar ja, gedachten blijven waaien. Ik heb een oplossing. Het gevaar: dat is gewoon dat langmatige hoofd, dat is dat als ik aan iets begin, dan wil ik het goed doen, perfectionisme. En ook zo snel mogelijk afronden.
SPEAKER_01Dus ik voel urgentie. Dus ik ga uren achter elkaar door tot ik klaar ben.
SPEAKER_03Zo werkt natuurlijk dat menselijk brein niet. En dit was ook al het gevaar op kantoor ging ik ook altijd uren door. Terwijl het dus heel goed is. En daarvoor bestaat er ook zoiets als pauze nemen. Gewoon even tien minuten kwartier weg van het scherm bewegen. Niet nadenken, niet op je telefoon zitten. Gewoon even kalten. Dat wiel heb ik opnieuw uitgevonden. Ik zet nu klokjes bij het inpakken. Ik zet hem op een uur. Ik maak dan ook een soort spelletje van hoeveel zakjes kan ik in een uur inpakken? 130. Duimpje omhoog voor Thomson Darco. En dan gaat het wekkertje naar een uur. En dan heb ik ook met mezelf afgesproken: niet gaan denken van ik maak die stapel af, want voor je het weet ben je weer een half uur verder gewoon alles loslaten. Zwaartekracht zijn werk laten doen. Opstaan.
SPEAKER_01Een weg uit mijn kantoor en dan een mandarijntje bellen. Water inruimen. Een beetje mijn ballen krabben. Een kopje koffie zetten. Squat doen. Dat. En het werkt. Ik heb gisteren tot 400 zakjes gekomen in drie uur tijd.
SPEAKER_03Maar wel met ruime pauzes tussendoor moet ik zeggen. Wel van een kwartier tot een half uur. En gedachten, die wilden wel aan negatieve dingen vastklitten.
SPEAKER_01Maar ze kregen niet de kans om heel zwaar te worden. Klokjes. Ik moet echt weer meer klokjes gaan gebruiken.
SPEAKER_03Ik merk dat het werkt. Het is een soort zelfbescherming. Ik heb gewoon als ik ergens aan begin, dan wil ik het ook afmaken en dan komt zelfdestructie. Dus dan ga ik niet meer plassen. Loop ik ergens in vast. Dan wil ik het oplossen. Dan blijf ik pielen tot het opgelost is. Ik weet niet als ik een website in elkaar aan het zetten ben of probeer een mail op te stellen naar je met plaatjes en zo. En dan werkte iets met een linker. Snap je dat soort dingen: gewoon mijn grootste valkuil. En als ik mezelf uitputte, word ik heel erg moe. Aan het einde van de dag ben ik zo moe. En dan is er helemaal geen controle meer op die gedachten en gevoelens.
SPEAKER_01Kljes zetten. Kljes, klokjes, klokjes. Zij die met een zucht.
SPEAKER_03En jou, daarvoor ben ik niet zo moe. We waren wel een beetje door het inpakken, maar niet echt. Ik had afgesproken in Nijmegen. Alhoewel als armmer dat ik ben, een armer zegt er durft. Nou durft, die weigert het woord Nijmegen uit te spreken, die noemde het ODW. Afkorting dus Otto Dirk Willem.
SPEAKER_01Ga je naar ODW? Zeggen ze dan? Oh ja, ODW. Het staat voor over de Waal.
SPEAKER_03Kijk, Arnhem en Nijmegen ze liggen heel dicht bij elkaar. Als je veel een paar verdiepingen in een flat zit in Arnhem, dan zie je Nijmegen liggen en andersom. Dus ja, je bent er best wel snel tussendoor. Je kan erheen fietsen, je kan met de auto heen, je kan met de trein heen. Er zitten een paar dorpjes en wat weilanden tussen en je bent al van de ene in de andere stad. Arnhem en Nijmegen liggen in de prachtige en de grootste provincie van Nederland, Gelderland. Nijmegen was vroeger een Romeinse nederzetting, dat werd Noviomagus genoemd. Het is de oudste stad van Nederland. Het ligt aan de Waal, Arnhem ligt aan de Rijn en ze zijn tegen Polen in alles. Arnhem is flink plat gebombardeerd in de oorlog. Nijmegen ook wel. Arnhem heeft het door de slag om Arnhem het zwaarst geleden. Dus het centrum is gewoon ja, best wel lelijk van Arnhem. Dan heb je bijvoorbeeld het provinciegebouw. En dat is dan nu een monumentaal band, maar het is echt een lelijk band. Het gemeentehuis van Arnhem is lelijk. Het is allemaal, ik weet niet die stijl na de oorlog, het was allemaal rechthoekig en ik weet niet wat ze aan het proberen waren. Maar het mocht niet te veel kosten, denk ik zo. Niet te veel details of schoonheid. Ik kan Arnhem niks aan doen hè. Arnhem vind ik echt een arbeidersstad. Het heeft ook een beetje kak, maar ook het is echt arbeiders. Het is ook best trouwens, Nijmegen en Arnhem hebben het één ding gemeen. Ze zijn beide Links, Linkseed. Nijmegen heeft de universiteit Arnhem niet. Die heeft wel wat hogescholen, maar geen universiteit. Dus Nijmegen, als je in Nijmegen komt, veel studenten veel studenten, gewoon echt een studenticoze stad, ook links, maar meer van die studentenpartijen links en bij Arnhem is het meer arbeiderspartijen links. Nijmegen is nog mooi, die heeft het ook zwaar gehad in de oorlog, maar een mooie binnenstand. In Arnhem heb je de voetbalclub Vitesse, altijd grote ambities, hebben het nooit waar gemaakt. Hele gekke club. En in Nijmegen heb je nek. Dan zal in Nijmegen naar zeggen de nek zit boven je schouders en NEC zit in je hart. Maar ik blijf nek zeggen, want ik heb het niet zo op Nijmegen. Mijn hart ligt bij Arnhem. Al vind ik Nijmegen wel een mooie rest. En ik heb er ook een tijdje gewerkt trouwens, Arnhem ook. Nijmegen ook. Doe er allemaal niet toe. Ik had afgesproken in de Novium Magus ODW met de designer van mijn covers, Mathieu. Dus zoals je weet, ik heb het niet zo op treinen, kunnen de treinen niks aan doen, maar wel mijn paniekstoornis, ik voel me heel erg snel opgesloten. En de enige manier om er vanaf te komen, is toch in die trein te stappen en niet mijn angsten te laten winnen. Ik ben al helemaal voorbereid. Tasje bij me, waterbidon bij me. Je weet nooit waar je strandt. Dat is mijn grootste angst ook nog eens en dan kan ik niet eens drinken. Dus dat de trein ergens stil komt te staan. Ja, nou, dat tasje. Tak ik nou meer mee. Ik dacht, ik neem ook een exemplaar mee. Ik hoop dat je grachter die voor je zei. Als ik dan iemand op ongeluk spreek en begin over schrijverschap, kan ik dat boek meegeven. Op het acht, een schrijfboekje had ik mee. Een hele kleine e-reader, daar kon ik ook nog wat lezen. Ik zat helemaal klaar in de trein naast een vrouw, een jonge vrouw. Meid. Dame. Waarschijnlijk zou ze u tegen me zeggen als ik tegen haar praat. Mensen zeggen al u tegen me. Dat is zo vernederend. Even een zijpraatje hoor. Ik zag laatst een tiener mijt. Die liepen folders. Kanten. Folders, gewoon een folderwijk. En haar fiets viel met die zware tassen, met het zware pakt, dus van die twee tassen aan de zijkant. Die fiets viel om. En ze probeerde hem overheen te zetten en toen viel die de andere kant om. En het viel op zich wel prima, want die tassen zaten al volder. Dus dan was toch een soort damping. Dus ik loop naar haar toe. Ik zei: kan ik je even helpen? Zoal ik even je fiets vasthouden. Ik tyde die fiets op, houdt hem vast en zij was aan het vullen met fers en kranten en zij zat dat ding vol te laden. Echt honderden. Echtgeen dacht ik, hij kan hier volden, en dan kwam ze weer met een stapel aan die erin moest.
SPEAKER_01Echt?
SPEAKER_03Ja, nou, kinderarbeid is er niks bij. Het was een heel lief tiener, mager. Tiner meid. En ik probeerde nog een gesprekje aan te knopen. En toen je deze baan al lang, welke wijk heb je dan? Nou, zoals een echte puber, antwoorden ze met ja, nee, en weet niet.
SPEAKER_01Uiteindelijk nam ze het weer over en toen zei ze: dank u wel. Meneer, ik beduken mijn ego.
unknownU.
SPEAKER_01Ik vind mezelf zo jong van geest. En mensen schatten me ook altijd jonger in dan ik ben. Maar de realiteit haalt me in.
SPEAKER_03Tegenover me in de trein, ik weet niet of het collega's waren of dat ze elkaar kenden, man en een vrouw. Een man had een soort puntenkalig punt hoofd. En zei: ik had het idee dat ze graag vrijdag, zaterdag en zondag met de hand in de chipsak zit en Netflix kijken. En de trein bleef lang staan. Hij zou moeten vertrekken, maar drie minuten later stond hij er nog. En dan begonnen ze beide echt theatraal te zuchten, waarom staat hij nou nog steeds in? Dit is toch aan, hij moet toch vertrekken. Ik ben al anderhalf uur onderweg, hè? Ik kan ook naar huis. Die toon. En die man opent zijn mobiel, blijkbaar een of andere app. En die zegt: Jeetje, hij rijdt dus niet verder. Hij rijdt dus heel hard ging ook praten, zodat iedereen het kon horen. Hij rijdt dus niet verder. Hij rijdt dus niet verder. Bovenleidingstuk. Hoe kan die bovenleiding nou een stuk zijn? Nou, dit is toch niet. Het mag niet zo zijn dat we ze een keertje op tijd thuiskomen. Waar ik me vooral aan ergerde, was dat deze mensen die toonhoogtes veranderden, dat iedereen mocht meegenieten van hun geklaag. En ik denk, ja, we zitten die met z'n allen in de trein, daar hebben hier allemaal last van. Maar wat wil je? Een soort cirkeljerk van klagen op de trein, kan die trein er wat aan doen. Op een gegeven moment kwam de machinist even vierde intercom binnen. En die zei van ja, we staan stil, geen idee waarom, we kunnen geen contact krijgen met de centrale. Dank u wel voor uw excuses en dank u wel voor uw geduld. Die man zit dan de hele tijd te refresh op die telefoon. En op een gegeven moment stond erbij van. Deze trein is dan geannuleerd of zo moet iets gefixt worden.
SPEAKER_01En het duurt wel even. Hij begon heel hard te lachen, maar echt op zo'n theatrale manier.
SPEAKER_03Ik had echt zin om hem te slaan. Die geloof je toch niet.
SPEAKER_02Geannuleerd.
SPEAKER_03En die vrouw begon ook een dieren halen? Ik weet het niet. Ik wist opeens weer waarom ik niet zo dit ook een reden is waarom ik niet graag met het openpaar vervoer reis andere mensen. Kijk, en de rest in de trein vonden het natuurlijk ook vervelend. Ze zaten op de mobieltjes en na te denken: hey, hoe moet ik nou weer terug overheen en moet ik met de bus en hoe kom ik nu thuis? Allemaal hele begrijpelijke emoties, maar iedereen was gewoon rustig en ik ook. Uiteindelijk toch maar begon dat stijl tegenover me stond dan op. Die gingen dan de trein verlaten, maar ze kunnen dan niet de trein verlaten. Ze moeten het dan vertellen. Ik ga hieruit. Ik word hier helemaal benauwd. Ik ga hieruit. Ik ga hier nu eruit. We stappen eruit. Ik state ook uit. Ponaf, heb je zo'n pleintje voor het station en daar verzamelden al die mensen ook van andere treinen, want iedereen was aan gestrand. Ik ben daar gaan zitten en ik zag, het duurt nog drie kwartier deze stremming of whatever. Wat een echte melancholicus doet, is mensen bekijken en kijken of mensen joggingbroeken aan hadden en daar een oordeel over vormen. Goed nieuws. Ik vond de meeste treinreizigers, wat een mix is van studenten en hoog opgeleide werkende mensen. Die reizen met de treinen. Goed gekleed. Ondanks dat het zo warm was, was het allemaal heel beschaafd. En de mensen die het allemaal wat zeggen, van die naveltraadjes hadden en zo, die konden het goed hebben. Gewoon als in dat past bij de jeugdigheid. Nu is het net alsof ik een soort mode criticus ben, dat ben ik niet. Maar ik hou gewoon niet van Johanbroek in het openbaar in het openbaar gedragen we ons. Nou, compliment naar iedereen. Iedereen gedroeg zich heel erg voorbeeldig met de kleren. En ik vond mensen ook rustig. Je zag wel de ergernis in de gezichten, maar er werd niet zoveel geklaagd. Dat was meer van oké, we staan hier, we wachten even af. Ook heel vet. Iedereen zat ook om het bord heen. Ik ook. Ik ging er ook maar gewoon bij staan een beetje kijken. Inge, dat zie ik allemaal mensen omdraaien en er gebeurde iets achter me. Een hele stoer mensen begonnen opeens te bewegen. Ik draai me om en ik zie een touringbuscar aankomen. Blijkbaar had één iemand in zijn hoofd van dat zal wel vervangend vervoer zijn. En ja, als er eentje gaat, gaan alle mensen mee, want we zijn groepsdieren. Heel grappig. Uiteindelijk ging die touring car ook weer weg, die kwam gewoon wel toeristen of zo top. Op het bord verschijnen op een gegeven moment dat je ook gratis koffie en thee mocht halen, gezien de omstandigheden. Nog nooit meegemaakt, wel lief. Ik had geen behoefte aan koffie of thee, maar ik waardeerde het gebar. Goed, op een gegeven moment zat iedereen dus te wachten tot het half zes was, want tot dan zou het duren. Nou, toen was het half zes en toen stond erbij en het werd met anderhalf uur verlengd. En ik had al contact met Mui: ik weet niet, maar ik kom zo niet Novioma gezin, want de trein is gestrand.
SPEAKER_01Ik dacht, moet ik annuleren, maar dat zou heel jammer zijn. Toen bedacht ik me iets.
SPEAKER_03Want ik zag dat er tussen twee plaatsen die bovenleiding gesprongen was en er zit een stationetje.
SPEAKER_01Diep in het bos, maar wel te bereizen. Dus ik ben heel snel naar huis gesprint, heb de fiets gepakt.
SPEAKER_03En ik had wel even gecheckt dat het mobiel was daar wel treinen reden, die reden daar. En ik ben langs het spoor gaan fietsen naar het volgende station. Hartslag 140. Ja, het is dwars door het bos heen en de wolven zitten daar is best wel gevaarlijk. En wielrenners, heel veel wielrenners, ja, ook gevaarlijk, want die houden nergens rekening mee. En onderweg kwam ik dus de gesprongen bovenleiding tegen. Echt super grappig. Hij ging eraf. Dat zag ik. En er stonden wat busjes met zwaarlichten erbij van het spoor. En hoe verder ik kwam, zag ik allemaal andere busjes aanrijden, aanrijden, aangereden. A rijden. Ik weet allemaal niet wat ik zeg. Ik kwam aan bij het andere station. Bezweet en wel. En daar vond ik toch een andere sfeer op het pogon. Honderd mensen denk ik. En die zaten echt bij de pakken neer. Allemaal lange gezichten. Het was ook warm. Allemaal te staren naar een mobiel. Iedereen wilde naar huis. Ik snapte het. Ik snapte het. Goed, ik ben ingestapt, stoptrein. Mathieu zei: weet je wat, we doen niet novi omages, maar Arnhem, nou in Arnhem hebben we elkaar ontmoet. Wat bij to go wat eten gehaald, biertjes gehaald, aan de kade gezeten, bij de rijn, naar schepen gekeken, bijgekletst, gegeten, wat gedronken, gewandeld. De zon ging prachtig ontnog in deze prachtige stad. Arnhem is niet prachtig, maar wel een hoe moet ik Arnhem dat noemen, deze leuke stad.
SPEAKER_01Uiteindelijk was het, I don't know. Ik zat half vijf in die trein. En uiteindelijk was ik met wachten fietsen en zo half zeven in Arnhem.
SPEAKER_03Half tien ik weer naar het station in Arnhem. En tot mijn grote verbazing was de trein nog steeds gestreemd. Oi, oi oi. Maar goed, het maakte niet uit ik had een fietsje.
SPEAKER_01Ik ging in de trein terug naar het dorp waar ik de fiets had neergezet. Ik stap uit en ik zag een andere gast in zijn werkkleding uit dezelfde trein. Strompelen.
SPEAKER_03Echt strompelen. En zo enorm binnen mond aan het praten, maar ook dat hij eigenlijk totaal niet eens meer moeite deed om een fatsoenlijk woord te pakken, te maken. Sorry, ik zit aan mijn microfoon. En hij zocht de hele tijd oogcontact met mij. Ik denk ja, ik weet het niet, maar ik ben ook een beetje gaar. Ik loop naar mijn fiets en ik moet nog dat hele bos door en wolven. En de zon was al onder aan het gaan. Ja, dat is natuurlijk het moment het uur van de wolf ging aanbreken. Ja, je moet met alles rekening houden. En ja, niemand zit geen wielrennen meer die op dat tijdstid nog loopt de wielrennen dus daar ben je toch aanheen. Ik neem mijn fiets toe. Ik kreeg een of andere manier dat slot niet af. Heel irritant. En dan loopt dat zweet zo van je achterhoofd, nek, rug aan mijn beelspleet. Ik weet niet of het je opwint, maar ik voelde me niet echt heel opgeronden, maar vooral zweterig. En die man had zijn fiets direct ernaast tegenover me staan. En die begon weer. Hij hoopte natuurlijk dat ik iets zou terugzegen. Ik dacht: ik neger hem. Ik negeer hem.
SPEAKER_01En toen zei hij: een paar euro. Ik zo mijn oordopjes uit. Sorry. Een paar euro met mij. En ik zo, ja, sorry. Ik heb geen muntgeld. En ik voelde me toch wel een beetje lullig. En toen vroeg ik aan hem: wil je misschien wat drinken? Want ik had nog in mijn rugtas nog een paar biertjes gekoeld uit Arnhem.
SPEAKER_03Wel citroenbier moet ik zeggen, 2%, maar toch. En hij zegt zo. Dus hij fiets zo om dat ding heen naar mij toe. Ik heb mijn rugzak. Ik zag nog drie biertjes in mijn rugzak, ik heb hem toch maar eentje gegeven. Ja, voor je het weet, heb ik hem het laatste setje gegeven voor een leververgiftiging. Die euro's die hij vroeg, ja, natuurlijk gaat hij daar wat bier van kopen. Het is een dilama, maar tegelijkertijd weet ook niet. Was dit zijn leed verzacht? Ik gaf hem, ik zeg hier: Ik heb één citroenbiertje voor je. Dankjewel. En toen vroeg hij wel iets aan me.
SPEAKER_02Bidden. Zeg, wat zeg je? Mag ik voor jou bidden?
SPEAKER_03Ik zeg, ja, natuurlijk. Hoe eet je? Tomsen. Hij ging zo zijn handen vouwen. King op zijn borst. En dan begon hij toch aan een gebed.
SPEAKER_02Goeie gezondheid. Dankbaar bij je. Dankbaar bij deze gezondheid, deze mooie dag.
SPEAKER_03En ik dacht, wat moet ik doen? Ik kan niet weg, want hij is voor mij aan het bidden. Maar ik vond het ook heel ingewikkeld om naar hem te kijken. Dus ik keek een beetje van hem af en ik legde ook mijn kind op mijn borst. Maar ik vouwde niet mijn hand. Ik deed mijn ogen ook niet dicht. Ik deed meer alsof ik heel geconcentreerd aan het luisteren was naar zijn gebed.
SPEAKER_01Amen. Ik ben gezegend. Door een citroenbiertje. God waakt over mij. Ik zei dankjewel voor dit gebed en een hele fijne avond.
SPEAKER_03En die beste man ging in zijn werkkleding. Op het fiets er vandoor en ik ging het Wolvengebied in.
SPEAKER_01Ik ben veilig thuis gekomen, op zo hoort. Ik ben alleen heel erg moe. Van al die prikkels en warmte en gefiets en gewandel. En ook de biertjes moet ik bekennen.
SPEAKER_03Daarom zie ik dat beschikt ook al een half uur tegen jou aan een monologue ben. Ik weet niet. Op de fiets ging je natuurlijk twijfelen.
SPEAKER_01Moet je een alcoholist alcohol geven? Die wil aardig zijn. Maar je helpt iemand ook verder de vernieling in.
SPEAKER_03Tegelijkertijd is hij niet mijn verantwoordelijkheid en is het zijn eigen keus en iemand vraagt om hulp en ik weet het ook niet.
SPEAKER_01Ik besefte pas later het dorpje waar ik zat, dat heet Wolf Hezen.
SPEAKER_03Ken je wolfhezen? Nou, ik kende vroeger wolfhezen altijd als de trein gestremd was. Dat was omdat er iemand voor de trein was gesprongen bij wolfhezen. Dat is een beetje luguber om te zeggen, maar grond bij het spoor was heel goedkoop. Dus honderd jaar geleden, 130 jaar geleden, toen zoiets opkwam als psychiatrische inrichtingen en dergelijke. Gewokken waar je mensen in stopt die afwijken. Maar je kan ze ook niet straffen of zoiets. Ja, die instellingen kochten dan goedkope grond bij het spoor. Dus vaak van die instellingen die er nog steeds zijn, gericht op psychische klachten of snap je? Ja, inrichting klinkt allemaal zo zwaar, dat is er natuurlijk niet. Het is allemaal veel humaner geworden. Maar veel instellingen met psychiatrische instellingen en alles wat daarbij hoort, dat zit dus nog steeds vaak bij het spoor. En in Wolf Hezen, nou volgens mij is een groot deel van het dorp bestaat uit dit soort instellingen van alles en nog wat heb je daar. Goede vriend heeft ook heel lang in Wolf Hezen gewerkt. Op een gegeven moment dacht ik, misschien was die man helemaal niet dronken, maar is die gewoon ja, hoe heet dat zwak begaafd. Of maak ik het mezelf wijs. Dat ik niet de alcoholisten een biertje heb gegeven, maar gewoon een oprecht iemand. Hij had werkleding aan.
SPEAKER_01Ik weet niet wat ik daarmee wil zeggen, hij doet in ieder geval iets op een dag.
SPEAKER_03Laten we maar positief insteken. Ik heb iemand blijgemaakt met een citroenbiertje en ik ben gezegend door God en door Hem. Uit naam van de Vader, de Zoon en het Heilige Fest.
SPEAKER_01Ik wens jou een hele fijne nacht. Handjes boven de dekens. Morgen ben ik hem weer. Slaat lekker.